Vaccineren en vaccicheck

Over vaccineren wordt steeds meer bekend. De voor- en nadelen worden uitgebreid besproken. De laatste jaren maak ik steeds meer gebruik  van de vaccicheck om antistoffen tegen bepaalde ziektes daadwerkelijk te kunnen aantonen. Te vroeg of te veel enten kan zo worden voorkomen. Het dier wordt op maat gevaccineerd.

Vaccineren is een prachtige medische ontdekking die al heel veel levens heeft gered. Zowel van mensen als van dieren.
Het doel van een vaccin is om het lichaam aan te zetten tot het maken van antistoffen zodat, als het dier in aanraking komt met een ziekteverwekker, het lichaam direct een gepaste afweer bij de hand heeft. Dit voorkomt dan dat er ziekte optreedt.
Ook bij onze huisdieren worden vaccins op deze manier ingezet.
Het is niet precies bekend hoelang vaccins nu eigenlijk werken (het blijkt langer dan we altijd dachten) en ook niet wat ze nog meer in het lichaam doen behalve het immuunsysteem aanzetten tot het vormen van antilichamen.
In de praktijk zien we regelmatig dat er bepaalde bijwerkingen optreden en dat de chemische stoffen die in een vaccin zitten het ene dier meer belasten dan het andere.

Om het dier daarom zo min mogelijk te hoeven enten maak ik al een aantal jaren graag en vaak gebruik van de VacciCheck. Een methode waarbij een klein beetje bloed wordt afgenomen en er binnen een half uur een uitslag is.
Een dergelijke test laat zien of een dier nog voldoende antistoffen heeft . Als dat zo is, zal een vaccinatie niet aanslaan en dus meer nadeel kunnen geven dan voordeel.
Ook bij puppy’s die van hun moeder in het nest antistoffen met de melk meekrijgen, kan de vaccicheck uitsluitsel geven over het juiste moment van vaccineren. Als dergelijke maternale antistoffen aanwezig zijn, is het dier dus nog steeds beschermd en zal een vaccinatie dan ook nog niet aanslaan.
Zo komt het wel eens voor dat pups pas op 14 weken voor het eerst geënt hoeven te worden en dat met éénmaal enten kan worden volstaan.